Hier en nu!

Soms krijg ik een idee. Simpel, maar altijd weer is het iets dat ik persé moet gaan doen. Een nieuwe broek die beter bij die truien zal passen, bepaalde make-up, een boek dat ik dringend moet lezen, een film die ik moet gaan zien of hé, een andere telefoon is ook wel handig. Neen, het zijn geen ingenieuze ideeën die de wereld veranderen, noch veranderen ze mijn leven. Maar als ze in mijn hoofd zitten dan geloof ik dat wel. Als ik nu toch maar dat kleedje zou hebben dan …

De wereld en mijn leven veranderen er niet door, maar ik trap toch vaker dan ik zou willen in die val. De val die de marketing voor ons opzet. We weten het allemaal: we worden niet gelukkiger van witte kleren of een nieuwe gsm, maar toch geloven we het maar al te graag. Was het maar zo simpel! De grootste val van alles is dat je het niet morgen of overmorgen hoort te hebben, maar hier en nu. Onmiddellijk. En die drang verandert onze wereld wel!

Crisis zei u?
Al een paar jaar zijn autofabrikanten in staat om een auto op alternatieve energie te bouwen. Noch steeds is er niet meer onderzoek naar gedaan en ook is geen enkele fabrikant van plan om zo’n auto in de nabije toekomst te bouwen. Op dit moment is het interessanter om olieslurpende automobielen te produceren. Dat binnenkort de olievoorraad op kan zijn en er dan dus helemaal geen vierwielers meer geproduceerd kunnen worden daar wordt in alle talen over gezwegen. Men denkt alleen aan het hier en nu.

Identiek hetzelfde veroorzaakte eigenlijk de grote crisis waar we nu inzitten. Banken dachten aan het geld dat ze hier en nu wilden verdienen en niet aan de gevolgen op lange termijn. Het gevolg kunnen we nu allemaal voelen in onze portemonnee, op de arbeidsmarkt en in onze sociale zekerheid – waar er eeuwen voor gevochten is.

De wereld verandert niet door mij
Ook wij dragen allemaal dat zaadje in ons. Het stemmetje dat roept: hier en nu! We denken niet altijd verder, aan de gevolgen op lange termijn. Hoeveel jonge mensen kopen geen huis om daarna te merken dat ze het niet kunnen afbetalen? Wie heeft nog nooit een aankoop gedaan om een week later diezelfde aankoop te betreuren omdat het geld toch nodig was voor iets anders. Die kleine dingen lijken geen grote gevolgen te hebben voor de wereld, maar we dragen meer verantwoordelijkheid voor onze planeet dan we zouden denken. Dus ja, die ene broek meer in mijn kast kan de wereld wel veranderen, hoe klein die verandering ook is…

Posted in Dagboek, Schrijfsels | Een reactie plaatsen

Confectie, lekker makkelijk?

Wanneer ik een kledingszaak binnen stap, weet ik al op voorhand dat het weer een zoektocht wordt, ondanks het feit dat mijn figuur veel kledij verdraagt. Ik heb een eigen smaak, een eigen stijl en ik wil dat de dingen zitten zoals ik dat wil. Neen, ik ben geen type dat makkelijk kleren vindt in de confectie. Om te beginnen is je keuze beperkt tot datgene wat de winkels aanbieden. Mogelijks kan je het korter of smaller, maar verder valt er niets meer aan te veranderen. Eventjes een andere kleur hebben ze niet. Op vlak van maten is het dan alweer helemaal een hel.

Maat 40 is te klein, maat 42 te groot en dan blijkt elke broek nog eens achteraan een stuk over te hebben wanneer ze op de taille goed zit. Of het heerlijke fenomeen van een T-shirt die eindelijk op je schouders en je borst goed zit en dan slobbert rond je buik. Mouwen van truien die te kort zijn, omtrekken te smal en hier en daar ook wat te wijd. Confectie is snel en makkelijk zeggen ze dan. Maar dan zijn ze nog niet met mij gaan shoppen.

Nochtans heb ik redelijk gewone maten: 40 voor een broek, M voor truien en S voor T-shirts (soms ook een M). Maar ik ben nu eenmaal groot. Sinds ik op gewicht zit, heb ik een buikje – dat je amper ziet, maar blijkbaar wel in de weg zit voor bepaalde broeken – en ja, ik heb nu eenmaal wat vollere borsten. Is dat een schande? Blijkbaar wel. De maten worden er ook niet groter op. Vandaag trok ik in een winkel een broek aan van maatje 40 en kreeg ik ze niet eens over mijn heupen. Mensen die mij kennen, zullen waarschijnlijk nu op de grond liggen rollen van het lachen. Ja, ik kreeg die broek niet aan! Daarnaast vind je in heel weinig winkels een maat groter dan 44/46 en zeg nu eens eerlijk, zo heel breed zijn die zessenveertigs toch ook niet? Stilletjes aan begint ook in de confectie het idee op te komen dat er lange en korte mensen zijn, waardoor in broeken ook al een maat bestaat die de lengte van de pijpen aangeeft.

Shoppen is voor mij altijd een lust geweest. Ik vind het geweldig om tien keer het pashokje in en uit te lopen, om tientallen winkels te doorkruisen en om uiteindelijk dat ene te vinden. Maar tegenwoordig lukt het zelfs al niet meer om mijn einddoel te bereiken. En dat enkel en alleen sinds ik iets meer dan vijfenzestig kilo weeg. Is dit het leven van de normale mens?

Posted in Collumn | 1 reactie

Vegetarisch alternatief

Gedurende mijn zoektocht naar spiritualiteit en zingeving kwam ik steeds vaker in aanraking met mensen die pleitten voor vegetarisme. Heel af en toe had ik wel al eens nagedacht over mijn eetpatroon, maar verder dan ‘gezond eten’ en ‘meer groenten eten’ kwam ik eigenlijk niet. In talloze discussies verdedigde ik het feit dat ik vlees at. Eigenlijk had ik niet bewust gekozen voor het eten van vlees, maar het is lekker en ik hou ervan. Neen, vegetarisme trok me helemaal niet aan.

Dat dieren gedood werden voor onze maag, daar had ik helemaal geen moeite mee. Het zit in onze natuur, ook andere dieren doden dieren om te kunnen eten. Mensen zijn misschien eerder aaseters dan werkelijk jagers, maar daar maakte ik nu niet echt een punt van. Een dood dier is en blijft een dood dier. De manier waarop alles gebeurde, daar ging ik het echter steeds moeilijker mee hebben. Andere soorten van vleesconsumpties begonnen mij aan te spreken en ik koos al gauw eens voor een biologisch stuk vlees of natuurvlees. Maar er zijn meer redenen om eens over onze consumptie na te denken dan enkel het gebrek aan respect voor het wezen dat zijn leven geeft voor onze maag. Vleesproductie is zo intensief dat we een heel groot deel van de voeding die eigenlijk aan anderen gegeven kan worden, aan de dieren die wij willen eten spenderen. Het is zelfs zo intensief dat je ecologische voetafdruk een stuk groter wordt met het eten van vlees. En misschien is het een overdreven bericht, maar een hamburger eten zou ongeveer gelijk staan aan het rijden met een hummer. Je snapt het punt vast wel. Deze zaken zorgden ervoor dat ik toch een stuk ging twijfelen. Was vegetariër zijn dan meer dan een statement?

Het blijft een wezenlijk feit dat ik teveel hou van vlees om het volledig op te geven. Daarnaast moest ik ook denken aan een uitspraak van een ex-collega: “Extremen zijn nooit goed. Noch een fervent vleeseter, noch een fulltime vegetariër haalt er een voordeel uit om extreem te gaan doen.” Laat ik dus vooral geen extremist worden!

Gisteren viel de beslissing: ik ben vanaf nu een flexitariër. Het is een stom woord dat eigenlijk wil zeggen dat ik sinds gisteren ervoor kies om alternatieven voor vlees bij mijn maaltijden te gaan nemen. Uiteraard wordt dat een weg van vallen en opstaan, verkennen en zoeken, want ik ben lichtelijk een kieskeurige eter die moeite heeft met bepaalde smaken. Dat er dus meer gebeurt dan even iets anders op de boterham staat wel vast. Een slaatje in plaats van een brooddoos lijkt mij een voorbeeld van een mooi vervangmiddel, mist het slaatje vleesvrij is natuurlijk.

Gelukkig ken ik al een paar dingen – met dank aan de flexitarische ex-collega’s – en ben ik ook wel een stuk op de hoogte van de nodige voedingsstoffen die een mens binnen hoort te krijgen. Aan groenten en fruit geen gebrek, dus daar ligt al een startpunt. En verder verschijnt er nog wel regelmatig eens vlees op het bord. Ik ben tenslotte geen extremist (plaats hierachter een dikke vette knipoog!)

Posted in Dagboek, Schrijfsels | 3 reacties

Runaway train

Heb je dat ook, af en toe zo van die melancholische momenten waarop je terug denkt aan alles wat je toen werkelijk NIET wilde, maar nu met een beetje heimwee naar terug kijkt? Of van die momenten waarop je denkt: als ik nou maar eventjes terug kon keren om het nog eens te beleven! Of… had ik toen maar beseft hoeveel het waard zou zijn.

Vandaag had ik een van die momenten. In de auto van het werk naar huis speelde dit liedje op de radio. Ik heb altijd mensen en gebeurtenissen gekoppeld aan liedjes, maar met dit liedje krijg je echt dat melancholische gevoel. Het gevoel dat er dingen zijn die onherroepelijk voorbij zijn. Dat je sommige zaken te weinig aandacht hebt gegeven en andere teveel. Heel vaak, als een liedje mij aan een moment doet denken of mij een bepaald gevoel geeft, is dat wel iets goeds. Melancholisch terug kijken kan een heel fijn gevoel geven. Niet omdat iets voorbij is, maar omdat je het toch maar beleefd hebt. Maar dit liedje geeft mij jammer genoeg een verdrietig melancholisch gevoel, alsof je spijt zou hebben van iets.

Spijt?
Soms vraag ik mezelf af: heb ik spijt van sommige keuzes en zaken die mij zijn overkomen? Wilde ik andere keuzes maken? Lang kon ik antwoorden dat ik nergens spijt van had. Ik stond achter mijn keuzes en bevond me op het juiste pad, beweerde ik. Maar langzaam aan slopen er toch twijfels in mijn leven. Sommige dingen zijn toch niet zo goed uitgedraaid als ik wou en andere had ik toch wel helemaal anders kunnen doen.

Verschillende scénario’s beginnen zich dan in mijn hoofd af te spelen: hoe zijn mijn leven eruit hebben gezien als ik toch voor communicatiemanagement had gekozen in plaats van mijn beste vriend te volgen naar de lerarenopleiding. Wat zou er gebeurd zijn als ik voor een masteropleiding had gekozen en geen tweede bachelor. Maar nog meer: hoe zou het gelopen zijn als ik na het middelbaar helemaal niet voor een studie had gekozen, maar werk zou hebben gezocht. Meer persoonlijke verhalen horen daar ook bij (maar die zijn niet echt geschikt om op het internet te gooien).

Heeft het leven echter zin als je met spijt leeft? Niet echt. Keuzes zijn gemaakt en spijt hebben verandert niets, hoe graag je het ook zou willen. Heb ik dus spijt van bepaalde dingen in mijn leven? Jawel, maar ik maak me er geen zorgen over. Ze zijn gebeurd, ze hebben me gemaakt wie ik ben en al bij al, ben ik blij met wie ik ben. Dus waarom bij spijt blijven hangen?

Daarom een vrolijker liedje om de dag verder te zetten!

Posted in Dagboek, Schrijfsels | Een reactie plaatsen

Ouders hè?

Ik was nooit een familiemens. Bepaalde gebeurtenissen zorgden ervoor dat ik vrienden veel belangrijker vond dan familie. Familie kon je niet kiezen, vrienden wel. Familie kon dingen van je eisen zonder dat je ooit wist of je er iets voor terug zou krijgen. Vrienden vroegen dingen, maar je eiste gewoon niets terug. Familie vroeg om energie, vrienden gaven je energie. Zelfs mijn eigen gezin, mijn ouders, waren niet zo belangrijk voor me. Mijn zussen, daarentegen, daar hield – en houd ik nog steeds – zielsveel van. Mijn oorspronkelijk plan was: alleen wonen en zoveel mogelijk het contact met mijn ouders en de rest van de familie – mijn zussen uitgezonderd – laten voor wat het was. Alle banden doorsnijden, verdwijnen en op die manier heling vinden.

Het is toch een heel stuk anders uitgedraaid. Bewust koos ik ervoor om het contact met mijn ouders en met de hele familie te behouden. Het is niet mijn favoriete bezigheid om aan de sociale verplichtingen te voldoen die een familie met zich meebrengt, maar ik probeer toch om mijn hoofd te laten zien tijdens belangrijke gelegenheden. Wat betreft mijn ouders: daar is een hele weg over gegaan, misschien zelfs een heel rationele weg, die er nu voor gezorgd heeft dat de emotionele gevolgen heel wat anders zijn uitgedraaid.

Loyaliteit en rekeningen
Nagy, een Hongaarse psychiater, werkte een theorie uit die de systeemtheorie en de psycho-analyse (cfr. Freud en Jung) min of meer samen deed smelten en een compleet nieuwe visie bracht op relaties tussen mensen. Nagy ziet mensen, net als systeemdenkers, altijd en overal als onderdeel van een netwerk. We hebben familie, vrienden, kennissen, etc. Deze hebben ons gemaakt tot wie we zijn en definiëren ons nog altijd. Al die linken die tussen mensen bestaan hebben een bepaalde zwaarte. En daar komen loyaliteiten en rekeningen bij kijken.

Ik beperk me even tot de relatie die een mens heeft met zijn ouders. Kinderen zijn loyaal aan hun ouders, omdat hun ouders hen het mooiste gegeven hebben wat een mens een ander kan schenken: leven. Je zal zien dat sommige kinderen loyaler zijn aan moeder dan aan vader (of omgekeerd), maar aan geen van de twee mag en kan een buitenstander raken. Het kind heeft namelijk een soort ‘schuld’ opgebouwd, toen hij/zij geboren werd, die vereffend moet worden. Op zich zorgt deze ‘schuld’ voor geen enkel probleem, ook als ze niet vereffend wordt, maar de relatie tussen kind en ouder moet wel stand houden. Liefde ‘geven’ is namelijk ook een vorm van het vereffenen van de rekening. Daarom zullen mensen die een goede relatie hebben met hun ouders vaak ook weerbaarder en vrolijker in het leven staan.

Voor elkaar klaar staan
Hoe het ook zij met Nagy en de rekening, feit blijft dat ouders en kinderen altijd voor elkaar klaar staan. Ik ken maar weinig ouders die niet het goede met hun kind voor hebben. Weinig kinderen zullen ook terug deinzen om te steunen op hun ouders of hun ouders zelf te steunen. Voorwaarde is natuurlijk die goede relatie, maar dat terzijde gelaten.

Mensen die eenzaamheid kennen, blijken voornamelijk mensen te zijn die of geen banden meer hebben met familie of gewoon geen familie meer hebben. Daaruit leid ik af dat vrienden altijd belangrijk zullen blijven, maar familie een nog grotere rol in je leven speelt. Door de bloedband die je hebt met ouders, broers of zussen wordt je op een vreemde manier altijd naar elkaar toegetrokken. Niet voor niets zegt men wel eens: “het bloed kruipt waar het niet gaan kan”. Ook al wonen je verwanten aan de andere kant van het land, het feit dat ze er zijn en dat je er een band mee hebt, beschermt je een stuk tegen vereenzaming. En als laatste is het ook gewoon handig om op deze mensen terug te kunnen vallen.

De emotionele rekening
Ik was kwaad op mijn ouders, elk op hun beurt hebben ze in mijn gedachten en in mijn dagboeken de volle laag gekregen. Genoeg redenen waren er te bedenken om mijn woede te rechtvaardigen. Maar ik moet eerlijk bekennen dat kwaad zijn, of ik het nu van me afschreef of niet, me geen enkele stap vooruit heeft geholpen in een ‘helend proces’. Integendeel, ik raakte er zelfs van overtuigd dat breken met mijn ouders mij nog veel minder goed zou doen. Ik zou voor eeuwig alleen maar kwaad op hen zijn en verder niets. Nooit zou ik hen kunnen vertellen welk verdriet ik had gehad of hoezeer ik kwaad op hen was.

Ik zette voor mezelf eventjes alles op een rij. Mijn besluit: het enige wat ik kon doen was hen vergeven. Daarna kon ik proberen om vredevol met hen door het leven te gaan. En waarom ook niet? Tijdens dit proces heb ik ook beseft dat zij niet de enige waren met fouten. Ook ik heb heel wat dingen mis gedaan of mis gezegd. Ik ga het niet verbloemen hoe moeilijk het voor mezelf is geweest om te groeien naar het moment waarop ik gewoon naar twee mensen kon kijken die elk hun portie misérie hadden gehad, die elk hun fouten hadden, maar ook elk hun eigen goede kanten. Het zijn gewoon twee mensen, net als jij en ik. En dat ik nu enkel maar liefde voor hen voel, dat doet me ongelofelijk deugd.

Neen, ik ben geen verkondiger van de grote ‘hou-van-iedereen-boodschap’, maar als er twee mensen zijn waar je hoort van te houden in je leven dan zijn het wel je ouders. Ze hebben je tenslotte het leven gegeven, ondanks alles wat ze daarna misschien verkeerd hebben gedaan.

Posted in Collumn, Schrijfsels | 6 reacties

In blije verwachting van mooi weer

Over het weer de laatste dagen valt wel wat te zeggen. Eerst hadden we eind maart schitterende dagen waarbij de zomerjurkjes al uit de kast werden gehaald. Daarop volgde zowat meteen grijze wolken en bakken water die uit de hemel kwam vallen. De temperaturen zijn weer gezakt, de meeste mensen hebben het gevoel dat de herfst terug begonnen is. Samen met de temperaturen ging het humeur van de meeste mensen onder nul.

“Het mag wel eens mooi weer worden zeker?” Het doet mij denken aan hoe we hier graag alles naar onze hand zetten. Bakkers moeten open zijn wanneer wij brood willen halen, die trui moet uit de kast gehaald worden op die dag en ook het weer moet zich dus maar gedragen zoals wij dat graag willen hebben. Graag had ik voor morgen een bestelling geplaatst: 15°C, zonnig en maar heel af en toe een voorbij drijvend wolkje dat voor wat schaduw zorgt. Voor heel wat mensen zou dat het ideale scenario zijn. Jammer dan als je buurman boer is en net regen heeft besteld…

Vandaag lijken de planeten niet rond de zon te draaien. Het idee dat ze rond de aarde draaien, daar waren we al over. Neen, alle planeten lijken rond een persoon te draaien: onszelf. ‘s Avonds in de file vinden we dat al die mensen in de weg staan. Zaterdagmiddag staan weer een heleboel mensen in de weg aan de kassa. Iemand kaapt het laatste potje choco voor onze neus weg: hoe durven ze? Soms vraag ik mij af of die mensen die staan te zuchten en te puffen dat iedereen in hun weg staat ook beseffen dat zij eventueel in de weg staan van iemand anders. Ik denk niet dat iemand daar ooit aan denkt. Ik moet zelfs eerlijk toegeven dat toen ik de vraag voor de eerste keer kreeg mijn reactie was: “Oh ja, eigenlijk wel. Nog nooit over nagedacht.” Maar hoe meer ik mezelf voorhoudt dat ik net als iedereen aan het wachten ben en niet als die anderen in mijn weg staan ook in iemand anders zijn weg sta, hoe dragelijker het wordt om ‘menselijk’ te blijven. De frustratie ebt een beetje weg. De jaloezie is niet meer te bespeuren. Het leven is weer een stuk lichter geworden.

Plots breekt de figuurlijke zon door de wolken. Want eigenlijk, het weer maak je ook zelf. Wij beslissen dat regen ‘vies weer’ is. Wij zijn degenen die een hekel hebben aan de kou. Op zoek naar mooi weer? Kijk even naar buiten en zie hoe mooi regenwolken kunnen zijn.

Posted in Dagboek, Schrijfsels | 3 reacties

Na de stilte

Ook de stiltes horen bij de muziek, zei mijn lerares ooit. Ook de stiltes horen bij het leven. Stilte kan helend werken, het geeft je de tijd om na te denken, om even een lijst te maken van alles wat belangrijk zou kunnen zijn. Dat is wat de stilte hier te betekenen had.

Na vruchtbare maanden leek de stroom van de inspiratie plots op te houden. Ook al wilde ik dagelijks bloggen, dat lukte me niet. Hoe vaak heb ik met mijn vingers op het toetsenbord gezeten, zonder dat er woorden op het scherm verschenen. Het lege blad bleef leeg. Wat anders altijd hielp – wat onzin tikken en hopen dat er vanzelf iets kwam – werkte deze keer niet. Zelfs het echte, tastbare papier wilde mij de weg naar de bron niet tonen. Ik kon wel uren naar die lijntjes zitten staren, geen woord vloeide uit mijn pen. Dus was het tijd voor een drastische en radicale maatregel: stilte.

Stilte kan voor een blog dodelijk zijn. Je lezers worden niet meer geprikkeld, de routine van het kijken op je blog gaat eruit, je verschijnt minder in de zoekresultaten van Google en er vallen nog wel een paar argumenten te verzinnen. Op zo’n moment moet je je prioriteiten stellen: kwalitatief schrijven waarbij je trots bent op het resultaat of … iets tikken om je lezers te behouden. Zoals ik op mijn blog tentoon spreidt: ik schrijf liever voor mezelf zonder publiek dan te schrijven voor een publiek om zo geen zelf meer te hebben. De stilte kreeg de overhand en buiten mijn wil om bleef het hier stil voor een aantal weken.

De stilte heeft mij geleerd dat eenvoud de beste methode is. Daarom koos ik ervoor om eventjes af te stappen van al die pagina’s en simpelweg mijn blog en mijn woorden op zich een kans te geven. Je vindt mij in de woorden. Mijn blog verandert samen met mij en verder is er niet meer te vertellen dan wat ik hier neerpen. De pagina’s leken voor mij persoonlijk hun meerwaarde te verliezen. Moest het protest nu zo groot worden – al denk ik dat nu ook weer niet – dan vind ik wel een manier om die hele rimram hier weer op te krijgen, maar voor nu moeten jullie het doen met de eenvoud zelve.

Ik ben terug, oh ja!

Posted in Dagboek, Schrijfsels | 10 reacties

Met een wetenschappelijke verklaring kom je overal

Bladeren door spirituele tijdschriften en artikelen vind ik heerlijk. Ze geven een heel andere kijk op de wereld. Eentje waar een ander belangrijk is en niet de zoveelste concurrent. Soms serieus, met een vleugje humor tussen de regels. Daarom is het ook niet verwonderlijk als je mij ‘s morgens aantreft aan de ontbijttafel met een spiritueel tijdschrift onder mijn neus.

Zo ook deze morgen toen ik geïnteresseerd een artikel las over de zoveelste spirituele leider die met liefde de wereldvrede wil bewerkstelligen. Mooi vond ik dat ze werkte met bijvoorbeeld mensen in gevangenissen. Het is eens wat anders dan welgestelde mensen geld uit hun zakken slaan. Maar toen ze begon over wetenschappelijke verklaringen voor het immense effect van liefde fronste ik mijn wenkbrauwen toch. Ze had het over trillingen van energie en dat die bij liefde hoger liggen. Wetenschappelijk is aangetoond dat alles tenslotte bestaat uit energie en een eigen trilling heeft. Meteen begon mijn rationele brein te werken: liefde is geen voorwerp en heeft dus geen trilling. Het kan enkel effect hebben op iets tastbaars. Daarnaast is het ook gewoon te verklaren met simpel wat hormonen die inwerken op je hersenen en je dus beter laten voelen. Maar terwijl dit door mijn hoofd ging, kwam er ook weer een andere vraag bij mij op: waarom is het bij geloofskwesties telkens weer nodig om er een wetenschappelijke verklaring bij te gooien? En vooral: eentje die totaal niet strookt en absoluut niet wetenschappelijk is?

Het lijkt me soms dat spiritualiteit zich moet verantwoorden. Wetenschappers doen tenslotte onderzoek naar geloofskwesties en beweren heel graag dat wat we geloven helemaal niet waar is. Dus gaat spiritualiteit met pseudowetenschappelijke verklaringen rond de oren van anderen slaan. Verklaringen die nergens op lijken, tegelijk heel aannemelijk zijn voor wie het toch allemaal wil geloven. Wie gelooft in geesten zal bijvoorbeeld elke verklaring voor het bestaan van geesten aannemen, hoe onlogisch deze ook is.

Volgens mij is er op zich niets mis met het geloof in geesten. Er is eigenlijk zelfs helemaal niets mis met geloven an sich. Waarom zou daar iets mis mee zijn? Toch zet het geloof zelf alles op alles om wetenschappelijk en voor ‘waar’ aangenomen te worden, terwijl geloof eigenlijk puur vertrouwen is. Vertrouwen dat datgene wat je gelooft ook gewoon te geloven valt, dat het bestaat, dat het een kern van waarheid bevat. De wetenschap mag vinden en doen wat ze wil, volgens mij is geloof gewoon zo inherent aan de mens dat het nooit weg te halen valt. En toch wil spiritualiteit, net als elk ander gebied gelinkt aan geloof, zo wetenschappelijk mogelijk overkomen. Alsof je mensen kan overtuigen van je gelijk met een paar mooie wetenschappelijk gebouwde zinnen.

Soms is het geloof op zich voldoende. Voor mij hoeven daar echt geen wetenschappelijke debatten aan gelinkt te worden!

Posted in Collumn, Schrijfsels | Tagged as: , , | 3 reacties

Magisch

Sommige zaken lijken niet toevallig op je pad te komen. Zo ook dit woord…. Gisteren nog vroeg iemand mij in een discussie hoe ik magie dan zag. Wat was voor mij magie, wat was voor mij magisch? Toen ik dus het woordenboek opensloeg daarnet moest ik toch even glimlachen!

Magisch? Een regenachtige lentedag wanneer de zon plots onverwachts vanachter de wolken vandaan komt en een regenboog tevoorschijn tovert. De bloemen die hun kopjes boven de grond steken en als uit het niets in alle schoonheid groeien en bloeien. De sneeuw die uit de lucht komt gevallen in de winter. Maar ook al die gebeurtenissen die je niet had zien aankomen. Net op het juiste moment de ideale job vinden. Wanneer je het zoeken naar de ware opgeeft, je toekomstige tegenkomen op het perron. Dat ene briefje dat in je bus valt en je dag geweldig goed maakt.

Ik kan hier nog ellenlange opsommingen neerpennen, maar hetgeen mij het meeste bijbleef, was die ene magische plek waar ik in het najaar van vorig jaar heen ging. Ik en mijn Lief hadden op het laatste besloten om een weekendje naar de Ardennen te gaan. Ik had een bon liggen die goed was voor twee overnachtingen en we vertrokken dus richting Palenge, wat vlak bij Durbuy ligt. Vooraf had ik er even een reisgids bij gehaald, omdat het altijd leuk is om te weten wat er in de buurt zoal te doen is en na ons bezoek aan Durbuy besloten we toch even richting Wéris te gaan, een klein dorpje dat redelijk bekend is omwille van zijn dolmen. We zijn er niet lang gebleven, maar toch heeft de plek indruk op mij gemaakt. Omdat het getuigt van mysteriën. Niemand weet wat die stenen tenslotte betekenen. Omdat het getuigt van een vergaande geschiedenis. Omdat het er gewoon zo rustig en kalm was toen wij er waren, want normaal zou dit plaatsje toch vol met mensen lopen. En ook al waren er kinderen en volwassen die het nodig vonden om op de stenen te klimmen, toch had ik er een gevoel van immense rust. Jawel, het was toch een beetje magisch.

Posted in Collumn, Schrijfsels | Tagged as: , , , , | 1 reactie

De digitale generatie?

Als kind van de jaren ’90 en tiener van de jaren ’00 bekijk ik ‘de jeugd van tegenwoordig’ met verbazing. Als twintiger zie ik tieners helemaal anders opgroeien en leven dan ikzelf maar een paar jaar geleden. Kinderen zijn helemaal andere wezens dan ik toen was, in mijn ogen. Consoles zijn bij mij thuis nooit binnen gekomen. Mijn zomers bracht ik door in de tuin, op straat of op een speelplein met de andere buurtkinderen en aan de tv hing een uurrooster. Een computer is bij mij pas binnen gekomen toen ik achttien was en ik weet dat ik op vlak van technologie een uitzondering ben, maar toch hoor ik van leeftijdsgenoten hetzelfde: kinderen en tieners vandaag leven helemaal anders dan wij.

Ja, ik kwam ook thuis en moest hoognodig bellen of sms’en met de vriendin die een uur geleden samen met mij de school verliet. Ook ik hing achter de computer – bij de buren dan weliswaar – om met de mensen te chatten waar ik uren mee doorbracht op school. Maar mijn gsm was om te bellen en te sms’en, die zat in mijn boekentas of mijn jas. Ik vergat hem veel te vaak en een kleurenscherm was werkelijk een wonder.

Toen ik gisteren naar de tieners keek die rondliepen in de fitnesszaal verbaasden ze me toch heel wat. In hun sportbroek droegen ze hun gsm met hun mee en maar al te vaak hoorde je beltoontjes of piepgeluiden uit die broeken komen. Op de fiets of de crosstrainer stonden ze te sms’en, spelletjes te spelen en sommige hadden zelfs een i-pod met een filmpjes bij. En dan ga je eens naar de fitness om je fysiek eens goed uit te putten. Dat hoofd blijft maar bezig…

Het zijn geen vreemde zaken meer in ons leven: smartphone, i-phone, i-pod, i-pad, facebook, Twitter, etc. We vinden het normaal dat we iedereen dag en nacht, zelfs aan de andere kant van de wereld kunnen bereiken. Echt afscheid nemen doen we niet meer, want na vijf minuten hangen we terug aan de telefoon of we zien elkaar op facebook. Vertel eens aan een twaalfjarige die met zijn gsm zit te spelen dat je dat ding zelf niet had op die leeftijd. Ze staren je aan en vragen zich af: ‘Hoe heb jij in godsnaam overleeft?’
En bijna zou ik met het ook gaan afvragen, want ook ik ben een beetje deel van de digitale generatie.

Posted in Collumn, Schrijfsels | Tagged as: , , | 8 reacties
  • It's better to write for yourself and have no public, than to write for public and have no self

  • In enkele woorden:

    Hier lees ik
    F - 1987 - waterman - schrijfster - Lief - verhalen - filosofie - spiritualiteit - natuur - vriendschap - muziek - prettig gestoord - mythe - werkelijkheid - kracht ...

    Mailen kan naar info@muireannz.be

  • goodreads

  • Archief

  • bloglovin
    bloglovin

Follow

Get every new post on this blog delivered to your Inbox.

Join other followers: