Ik was nooit een familiemens. Bepaalde gebeurtenissen zorgden ervoor dat ik vrienden veel belangrijker vond dan familie. Familie kon je niet kiezen, vrienden wel. Familie kon dingen van je eisen zonder dat je ooit wist of je er iets voor terug zou krijgen. Vrienden vroegen dingen, maar je eiste gewoon niets terug. Familie vroeg om energie, vrienden gaven je energie. Zelfs mijn eigen gezin, mijn ouders, waren niet zo belangrijk voor me. Mijn zussen, daarentegen, daar hield – en houd ik nog steeds – zielsveel van. Mijn oorspronkelijk plan was: alleen wonen en zoveel mogelijk het contact met mijn ouders en de rest van de familie – mijn zussen uitgezonderd – laten voor wat het was. Alle banden doorsnijden, verdwijnen en op die manier heling vinden.
Het is toch een heel stuk anders uitgedraaid. Bewust koos ik ervoor om het contact met mijn ouders en met de hele familie te behouden. Het is niet mijn favoriete bezigheid om aan de sociale verplichtingen te voldoen die een familie met zich meebrengt, maar ik probeer toch om mijn hoofd te laten zien tijdens belangrijke gelegenheden. Wat betreft mijn ouders: daar is een hele weg over gegaan, misschien zelfs een heel rationele weg, die er nu voor gezorgd heeft dat de emotionele gevolgen heel wat anders zijn uitgedraaid.
Loyaliteit en rekeningen
Nagy, een Hongaarse psychiater, werkte een theorie uit die de systeemtheorie en de psycho-analyse (cfr. Freud en Jung) min of meer samen deed smelten en een compleet nieuwe visie bracht op relaties tussen mensen. Nagy ziet mensen, net als systeemdenkers, altijd en overal als onderdeel van een netwerk. We hebben familie, vrienden, kennissen, etc. Deze hebben ons gemaakt tot wie we zijn en definiëren ons nog altijd. Al die linken die tussen mensen bestaan hebben een bepaalde zwaarte. En daar komen loyaliteiten en rekeningen bij kijken.
Ik beperk me even tot de relatie die een mens heeft met zijn ouders. Kinderen zijn loyaal aan hun ouders, omdat hun ouders hen het mooiste gegeven hebben wat een mens een ander kan schenken: leven. Je zal zien dat sommige kinderen loyaler zijn aan moeder dan aan vader (of omgekeerd), maar aan geen van de twee mag en kan een buitenstander raken. Het kind heeft namelijk een soort ‘schuld’ opgebouwd, toen hij/zij geboren werd, die vereffend moet worden. Op zich zorgt deze ‘schuld’ voor geen enkel probleem, ook als ze niet vereffend wordt, maar de relatie tussen kind en ouder moet wel stand houden. Liefde ‘geven’ is namelijk ook een vorm van het vereffenen van de rekening. Daarom zullen mensen die een goede relatie hebben met hun ouders vaak ook weerbaarder en vrolijker in het leven staan.
Voor elkaar klaar staan
Hoe het ook zij met Nagy en de rekening, feit blijft dat ouders en kinderen altijd voor elkaar klaar staan. Ik ken maar weinig ouders die niet het goede met hun kind voor hebben. Weinig kinderen zullen ook terug deinzen om te steunen op hun ouders of hun ouders zelf te steunen. Voorwaarde is natuurlijk die goede relatie, maar dat terzijde gelaten.
Mensen die eenzaamheid kennen, blijken voornamelijk mensen te zijn die of geen banden meer hebben met familie of gewoon geen familie meer hebben. Daaruit leid ik af dat vrienden altijd belangrijk zullen blijven, maar familie een nog grotere rol in je leven speelt. Door de bloedband die je hebt met ouders, broers of zussen wordt je op een vreemde manier altijd naar elkaar toegetrokken. Niet voor niets zegt men wel eens: “het bloed kruipt waar het niet gaan kan”. Ook al wonen je verwanten aan de andere kant van het land, het feit dat ze er zijn en dat je er een band mee hebt, beschermt je een stuk tegen vereenzaming. En als laatste is het ook gewoon handig om op deze mensen terug te kunnen vallen.
De emotionele rekening
Ik was kwaad op mijn ouders, elk op hun beurt hebben ze in mijn gedachten en in mijn dagboeken de volle laag gekregen. Genoeg redenen waren er te bedenken om mijn woede te rechtvaardigen. Maar ik moet eerlijk bekennen dat kwaad zijn, of ik het nu van me afschreef of niet, me geen enkele stap vooruit heeft geholpen in een ‘helend proces’. Integendeel, ik raakte er zelfs van overtuigd dat breken met mijn ouders mij nog veel minder goed zou doen. Ik zou voor eeuwig alleen maar kwaad op hen zijn en verder niets. Nooit zou ik hen kunnen vertellen welk verdriet ik had gehad of hoezeer ik kwaad op hen was.
Ik zette voor mezelf eventjes alles op een rij. Mijn besluit: het enige wat ik kon doen was hen vergeven. Daarna kon ik proberen om vredevol met hen door het leven te gaan. En waarom ook niet? Tijdens dit proces heb ik ook beseft dat zij niet de enige waren met fouten. Ook ik heb heel wat dingen mis gedaan of mis gezegd. Ik ga het niet verbloemen hoe moeilijk het voor mezelf is geweest om te groeien naar het moment waarop ik gewoon naar twee mensen kon kijken die elk hun portie misérie hadden gehad, die elk hun fouten hadden, maar ook elk hun eigen goede kanten. Het zijn gewoon twee mensen, net als jij en ik. En dat ik nu enkel maar liefde voor hen voel, dat doet me ongelofelijk deugd.
Neen, ik ben geen verkondiger van de grote ‘hou-van-iedereen-boodschap’, maar als er twee mensen zijn waar je hoort van te houden in je leven dan zijn het wel je ouders. Ze hebben je tenslotte het leven gegeven, ondanks alles wat ze daarna misschien verkeerd hebben gedaan.